Skip to content
Twitter jezelf naar een baan

Ben je op zoek naar een baan en wil je daarbij Twitter inzetten? Het is mij gelukt :) Mijn ervaringen vind je in het boek 'Twitter jezelf naar een baan'. Het staat boordevol tips om je eigen banenjacht in 140 tekens te starten. Verkrijgbaar als paperback voor € 7,95 of als ebook bij bijvoorbeeld Managementboek.nl voor slechts € 2,95 :)

Dutch Cowgirls: "Dankzij de vlotte en humoristische schrijfstijl leest het boek lekker makkelijk weg."

mrt 16 / Natasja Oosterloo

Trots: mijn boek ligt in de boekhandel!

Mijn boek ‘Twitter jezelf naar een baan’ verscheen vorig jaar als ebook en is sinds kort ook verkrijgbaar als paperback. En met de komst van het papieren boek liggen er ineens weer heel andere kansen in het verschiet. Verkoop in een boekhandel bijvoorbeeld. En dat is gelukt! Mijn boek is te koop bij Boekhandel Huyser in Delft en natuurlijk ging ik vandaag langs om te zien hoe mooi het erbij ligt. Twitter jezelf naar een baan ligt prominent op een grote tafel en ik ben daar supertrots op! Een lang gekoesterde droom is uitgekomen!

feb 21 / Natasja Oosterloo

Canyoning

Angstig kijk ik naar het kolkende water onder mij. Mijn voeten staan klem in een heel smal geultje. “Je moet in het midden springen en niet teveel naar links. Daar zit een rotsblok waar je niet op terecht wilt komen”, zegt de canyoningbegeleider nonchalant. Ik kijk hem aan, kijk weer naar het water en zie mezelf in gedachten al hard landen op precies dat rotsblok. Maar als ik niet met een reddingshelikopter de vallei uitgetakeld wil worden, eeuwige schaamte gegarandeerd, zal ik nu toch echt moeten springen. Eén, twee…

Ik ben gesprongen. En ik heb het rotsblok ontweken, ondanks dat ik geen flauw idee had waar ik precies sprong. Blij dat ik ook dit overleefd heb, glibber ik in een wetsuit verder. Over rotsblokken, door ijskoud water. En dat noemt zich vakantie… Als ik niet met Janneke naar het Gardameer in Italië was gegaan had ik nooit het fenomeen canyoning leren kennen en liep ik nu niet met een ultracharmant wetsuit door deze rivier.

De eerste helft was geweldig. Precies spannend genoeg, lekker klauteren, wat glijden hier en daar. Eitje. Bij de rustpauze had ik nog kunnen stoppen, er was een trap omhoog naar de weg. Maar nee, ben je gek! Door wil ik, door! Want ik voel me op dit moment stoer, een vrouw van de wereld, onoverwinnelijk! Ondanks de onheilspellende boodschap dat er geen mogelijkheid is om te stoppen als je op dit punt verder gaat. Nee, ik wil verder! Na de korte pauze daal ik dus, samen met Janneke, en net als de rest van de groep langzaam een steil wandje af om de rivier verder te volgen.

“Hou je hoofd goed naar achteren en je armen gekruist!” De jongen die eerder nog zo nonchalant was, moet nu moeite doen om boven het geraas van de rivier uit te komen. We moeten aan een touw door een soort stenen tunnel glijden, waarbij we ondertussen bedolven worden onder liters en liters snelstromend water. Fijn. Gelukkig is er hier geen waarschuwing voor gevaarlijke rotsblokken en met mijn hoofd zo ver naar achteren als ik kan, slinger ik door de geul. Ik kom terecht in een donkere grot, tot aan mijn middel in het water. Zodra de hele groep naar beneden gegleden is, waden we verder.

Het einde is in zicht. Voor ons doemt een groot gat in de rotsen op, waar het daglicht fel doorheen schijnt. Aangekomen bij het gat, tuur ik voorzichtig over de rand. Mijn hart zit meteen in mijn keel en ondanks het koude water, breekt het zweet me uit. We blijken bovenaan een waterval te staan, een waterval die zo’n 50 meter lager pas eindigt. En daar moeten we al abseilend vanaf. Janneke, die haar hand niet omdraait voor zo’n klusje, staat al glimlachend klaar om haar klimgordel aangemeten te krijgen. Ook ik word ingesnoerd en krijg instructies hoe ik van boven naar beneden moet komen. “Kan ik dit wel?”, “Weet je zeker dat ik dit kan?”, “Echt, zeker weten?” Ik ben er niet gerust op, ik zie mezelf al zwaaiend aan het touw te pletter slaan tegen de wand.

Ik kijk naar rechts, waar Janneke glimlachend langs de wand naar beneden gaat. Soepeltjes abseilt ze naar beneden. “Alles goed, mevrouw Oosterloo?” vraagt ze met een knipoog. Ik knik, terwijl ik de pijn in mijn kruis probeer te verbijten. Tijdens mijn tocht naar beneden ben ik uitgegleden op de spekgladde wand. En nu bungel ik hulpeloos aan het touw, terwijl de klimgordel venijnig in mijn onderlijf snijdt. Ik vraag me af hoe lang het duurt voordat ik weer fatsoenlijk naar de wc kan. En hoe lang de jongen boven het volhoudt om mij langzaam naar beneden te laten zakken.

Als we poseren voor de groepsfoto voor de 50 meter hoge wand, voel ik me meteen weer onoverwinnelijk. En ik besluit om ook nog maar even van die 8 meter hoge brug af te springen. Maar abseilen van een waterval. Dat nooit meer…

okt 9 / Natasja Oosterloo

Niet gemist

Voor mij slingert een oudere dame onzeker over de gladde platen die de wegenbouwers hebben neergelegd in een poging een fietspad te creëren. Haar tempo ligt zo laag dat ik bijna moet afstappen om niet om te vallen. Met haar handen strak om de handvatten van haar stuur en haar blik op het geïmproviseerde fietspad baant ze zich een weg naar het echte fietspad. De platen hebben verraderlijke gleuven waartussen het zachte gele zand bedoeld voor de toekomstige bestrating onheilspellend schittert. De oudere dame weet het: komt ze daar met haar fietswiel tussen, dan valt ze. En vallen is iets wat niemand graag doet en oudere dames al helemaal niet, gelet op de broze botten en dito heupen.

Ze is bijna aan het einde van de platen en ik versnel iets om haar meteen in te kunnen halen wanneer ik de kans krijg. Maar vlak voor ze de veilige haven bereikt, gaat het alsnog mis. Haar voorwiel pakt net de laatste gleuf mee en haar fiets glijdt onder haar vandaan. Gelukkig had ze nog nauwelijks tempo en valt ze zachtjes in het zand. Onhandig probeert ze op te krabbelen, terwijl de fiets half op haar ligt. Toch staat ze verrassend snel weer op, terwijl ze mijn hulp beleefd, maar resoluut afslaat. “Ja hoor, het gaat prima”, antwoordt ze op mijn vraag of ze in orde is.

Haar ogen zoeken ondertussen het fietspad af. Ik kijk met haar mee en zie dan pas de oudere heer een eindje verder op het fietspad, die stug doorfietst. “Mijn man is een beetje doof,” verklaart ze, “ik riep nog naar hem, maar hij heeft me niet gehoord.” De man blijkt zich er inderdaad niet van bewust dat hij iets kwijt is, zijn vrouw welteverstaan. Hij kijkt niet op of om en fietst gestaag door. De vrouw slaat met snelle bewegingen het zand van haar broek en stapt zo snel ze kan weer op haar fiets. De oudere man is ondertussen al een paar honderd meter verder en niets wijst erop dat hij zijn tempo zal verlagen om zijn vrouw de kans te geven zich weer bij hem te voegen.

“U mag wel opschieten, straks bent u hem kwijt”, waarschuw ik de dame. Met een blik die zowel een beetje treurig, als berustend is, kijkt ze me aan. “Dat komt wel goed”, bezweert ze me terwijl ze wegfietst. Ik zie haar met stugge slagen de trappers rondduwen, achter haar man aan, die nog altijd niet heeft omgekeken. Ik kijk ze na. Waarschijnlijk zijn ze al zo lang getrouwd dat ze vanzelfsprekend voor elkaar zijn geworden. Haar man is misschien niet anders gewend dat ze naast of iets achter hem fietst en vertrouwt daar blindelings op. Zo blindelings, dat hij haar ook niet mist wanneer ze valt. En dat stemt me toch een beetje treurig.

sep 10 / Natasja Oosterloo

De poncho

Al weken fiets ik trouw elke dag ‘s ochtends 8 kilometer naar mijn werk en ‘s middags 8 kilometer naar huis. Daar kan soms een kilometertje meer bij zitten, maar in elk geval beweeg ik op deze manier elke dag minstens een uurtje. Toch mooi een half uur meer dan voorgeschreven door de overheid, ha! De dagelijkse fietstochten zijn prima voor de conditie én de benen, maar ook mijn hoofd raakt onderweg heerlijk opgeruimd. Zat ik eerst nog druk te twitteren onderweg en mee te swingen met mijn Spotify playlist, nu zorg ik dat ik in stilte de pedalen laat draaien. En zo kan ik ook nog genieten van alle reigers, konijnen, eenden, schapen, koeien en die ene rivierkreeft die ik onderweg tegenkom.

Nu het weer onstuimiger wordt en de herfst het echt wint van dat seizoen dat zich ‘zomer’ noemde, kom ik steeds vaker doorweekt thuis. Tot op mijn onderbroek, je mag het gerust weten. Na twee keer zo’n buitendouche heb je dat ook wel weer gezien. Tijd voor maatregelen. Op het gebied van bescherming tegen weersinvloeden zijn er een aantal keuzes. Zo is daar het oude, vertrouwde regenpak. Ik ken deze nog van mijn middelbare schooltijd, toen ik dagelijks 24 kilometer wegtrapte. Je wilde niet dood gevonden worden in het afgrijselijke setje dat je ouders voor je aangeschaft hadden. Soms hoosde het echter zo ontiegelijk hard, dat je overstag ging en het pak mokkend aantrok. Om vervolgens zo warm en bezweet op school aan te komen dat het hele ding niets geholpen had. Meestal zat zo’n pak dan ook in een bundeltje achterop mijn fiets.

En dan is er de poncho. De poncho kende ik eigenlijk alleen in de doorzichtige, hard flapperende festivalvariant. Zo’n ding voor een euro en eenmalig gebruik. Maar het idee van een eigen overkapping leek me aantrekkelijker dan een regenpak waarin je jezelf moet wurmen, dus toog ik enthousiast naar de Halfords om het assortiment poncho’s onder de loep te nemen.

Ze hadden er één. Een enorme, zwart/grijs gevaarte met doorzichtig gedeelte aan de voorkant voor over je stuur. Dat is voor de veiligheid, maar ondertussen lijkt het alsof je het luifeltje van een tent voor je knieën hebt hangen. Het ding is wind-en natuurlijk waterdicht, heeft een kangoeroebuideltje voorop en zogenaamde mouwbanden aan de binnenkant. Daar kunnen je armen doorheen, zodat de veiligheidsflap niet voor je ogen waait. Ik heb dat een paar meter uitgeprobeerd op de fiets, maar zag mezelf al onderuit gaan, verstrikt in de mouwbanden en dus heb ik die gelaten voor wat ze zijn.

Mouwbanden en een kangoeroebuideltje, wie kan dat nou weerstaan? De poncho heb ik dus aangeschaft, voor ruim 30 euro heeft het ding zelfs een jaar garantie. Na twee ritjes onder het zwart/grijze tentzeil heb ik al aardig wat poncho-ervaring opgedaan. Zo dient de cappuchon mét klepje goed aangesnoerd worden met de touwtjes, zodat hij niet steeds naar achteren waait. Dat je hoofd nu niet erg charmant omlijst is, is iets wat je moet accepteren. Niet dat iemand je überhaupt herkent. Verder is het moment waarop je de poncho aantrekt cruciaal. Als het slechts miezert, maak je jezelf alleen maar belachelijker. Fiets je stug door, terwijl de druppels steeds dikker worden en je spijkerbroek al nat, dan ben je al behoorlijk te laat. Ik ben nog in oefening voor dit lastige gedeelte.

Als het heel hard waait en regent, zijn er ruwweg twee scenario’s die bepalen of de poncho je beste vriend is of je juist het fietsen nog meer belet. Met de wind (én regen) in je rug, werkt de poncho als een zeil waardoor je letterlijk een keer zo hard over de fietspaden suist. Ik kon de laatste keer een klein gilletje van pret niet onderdrukken, ondanks dat menigeen mij niet zal benijden op dat moment. Maar wanneer je wind tegen hebt, flappert de poncho tegen je aan, je benen daarbij blootstellend aan de hoosbui en zorgt ervoor dat je je alleen in slakkentempo voort kunt bewegen. Het plasje water dat daarbij ontstaat op het stuk tussen jou en je stuur helpt ook niet mee.

De poncho en ik moeten nog even aan elkaar wennen. Gelukkig werkt de aloude wet, die ook tijdens mijn middelbare schoolperiode al gold, nog steeds: je komt een stuk minder vaak in een hoosbui terecht wanneer je je poncho/regenpak/droge sokken bij je hebt. Zonder poncho ga ik de deur dus niet meer uit. Alhoewel….

…zo’n poncho is natuurlijk wel dé manier om zeker te weten dat je eindigt als eenzaam kattenvrouwtje op een flat negen hoog achter.

sep 7 / Natasja Oosterloo

Cattish- Waar katten nog meer handig voor zijn

Jaja, ze zijn lief, lekker zacht (behalve de naakte variant) en kunnen zo fijn tevreden opgekruld ergens liggen. Katten zijn erg goed in het vervullen van hun standaard huisdiertaken. Maar, ook op andere manieren komen de pluizebollen zeer goed van pas. Vijf dingen waar een kat ook handig voor is, lees je hierrr.